Kaat Mossel portret

Portret en enkele historische gegevens over Catharina Mulder (bijgenaamd Kaat Mossel), echtgenote van Pieter van Wijngaarden.
Portrait and historical information about Catharina Mulder (known as Kaat Mossel), housewife of Pieter van Wijngaarden.

Kaat Mossel, bekende rotterdamse volksvrouw. Vurig oranjegezind voorvechtster van de prinsgezinden contra de patriotten. Haar vijanden schreven schimpschriften en tekenden spotprenten van haar, voorzien van insinuerende onderschriften. In het “Rotterdamsche Jaarboekje” van 1890 schrijft G. van Rijn een artikel van 73 blz. over haar, gesteund door veel officiele stukken.

(sorry, Dutch only)

Rapport van familie onderzoek door J.v.Baardewijk Jhszn. (A1.2.2)
Gem. archief Rotterdam, dd.25-8-1988. Gezien en afdruk gemaakt:
–  Extract Doopboek Geref.Kerk Rotterdam:
geboren 25-03-1723, Caetje, dochter van Willem Jansz Mulder en
Caetje Wouters van de Wapen.
–  Extract trouwboek R’dam: ondertr./tr. Pieter van Wijngerden en Catharina Mulder. 16-05/01-06-1745.
–  Extract overlijdensboek R’dam:
begr. R’dam 26-03-1764 Pieter van Wijngerden, man van Katharina
Mulder, adres: Agterklooster, Zwanesteeg C Vest. Minderjarige kind.:5.
–  Extract overlijdensboek R’dam:
overl./begr. R’dam: 29-06/04-07-1798 Caetje Mulder, weduwe van Leendert de Lange, adres Swanesteeg.

De naam Wijngaarden werd ook wel geschreven als Wijngerden. Tweede keer gehuwd met Leendert de Lange.

De relatie Kaat Mossel en de familie Van Baardewijk wordt op deze pagina zichtbaar gemaakt

Zie ook de pagina met een doctoraal sciptie over Kaat Mossel.

ENKELE HISTORISCHE GEGEVENS BETREFFENDE KAAT MOSSEL
door Jan van Baardewijk Jhszn (A1.2.2)

Er is veel over Kaat Mossel geschreven maar niet alles is betrouwbaar. Haar vijanden schreven schimpschriften en tekenden spotprenten van haar, voorzien van insinuerende onderschriften. In het “Rotterdamsche Jaarboekje” van 1890 schrijft G. van Rijn een artikel van 73 blz. over haar, gesteund door veel officiele stukken. Van Rijn was secretaris van de gemeentebibliotheek. Zijn studie maakt een historisch verantwoorde indruk.

Catharina Mulder werd geboren te Rotterdam op 25 maart 1723 als dochter van Willem Jansz. Mulder en Caetje Wouters v.d. Wapen. Op 1 juni 1745 trouwde zij met Pieter van Wijngerden. Na diens overlijden, in 1764, trad zij in het huwelijk met Leendert de Lange. Zij overleed op 29 juni 1798. Uit haar eerste huwelijk werden negen kinderen geboren. Een van hen was dochter Trijntje die 30 september 1759 ter wereld kwam. Deze was een van de voormoeders van Johanna Wareman, zoals uit het schema hiervoor blijkt.

Catharina Mulder, bijgenaamd Kaat Mossel, leefde in de tijd van de patriotten en prinsgezinden. Zij was vurig prinsgezind en heeft door haar optreden geschiedenis gemaakt. Haar woning lag in een Rotterdamse volksbuurt “Agter ’t Klooster” en zij was dan ook een echt volkstype. Maar toch bekleedde ze een officieel stadsambt n.l. dat van “Keurvrouw der mosselen”.

Blijkbaar was Kaat niet “op haar mondje gevallen” en ze liet op haar manier duidelijk merken aan welke kant ze stond. Bij de patriotten (“Keezen”) stond ze bekend als een van de ergsten van het z.g.n. “Oranjevee”. De 1e september 1784 werd ze gearresteerd in opdracht van de Staten van Holland. Dat gebeurde naar aanleiding van een demonstratie van het “Oranjevee” tegen de vrijkorporisten. Daarbij werden scheldwoorden gebruikt en oranjeliedjes gezongen. Kaat Mossel werd beschuldigd van “oproerige en rustverstorende misdrijven” die onder meer bestonden in “het schreeuwen van Hoezee, Oranje boven en dergelijke soort van luidruchtigheden”. Zo kwam Kaat in de kelder van het Rotterdamse stadhuis terecht waar ze achter de tralies werd gezet. Voor de Schepenbank van Rotterdam gedaagd werd de eis gesteld dat zij gebrandmerkt en gegeseld zou worden en vervolgens 10 jaar tuchthuisstraf moest ondergaan. Door tussenkomst van Mr. Willem Bilderdijk werd zij echter vrijgesproken. Dit betekende niet dat ze ook werd vrij gelaten want de openbare aanklager ging in hoger beroep bij het Hof van Holland.

En zo werd Catharina Mulder overgebracht naar de Gevangenpoort te ’s Gravenhage. Het proces tegen haar was nog niet geeindigd toen zij, na de intocht van de Pruisen, in vrijheid werd gesteld. Dat was op 27 september 1787. Zij heeft dus een periode van ruim drie jaar in “voorlopige” hechtenis doorgebracht. Een schadevergoeding van f 3240,90 kon dat onrecht niet ongedaan maken.

Extract van een brief uit Rotterdam, in dato I.September 1784. Behelzende het gevangen nemen van Catharina van der Meulen, Alias KAAT MOSSEL en KEET SWENK.(overgeschreven van origineel).

Myn Heer en Vriend!

Ik kan U in haast melden, dat het voor het tegenwoordige in onze Stad een geheele andere keer genoomen heeft, zedert dat de Heeren Gecommitteerden by ons zyn aangekoomen; het Rot der Prinsgezinden zal nu eindelyk nog te onder gebragt worden; het Gemeen welke de baas op eene fataale wyze speelde,is thans geheel verslagen, overmits hunne Hoofden, hunne eerste Belhamers in hegtenis zyn genoomen; van blydschap ontvloeiden my traanen, toen ik gewaar wierd dat KAAT MOSSEL door eene Bode ontboden was om boven te komen; KEET SWENK had insgelyks ook eene Bode gekreegen. KAAT MOSSEL meer brutaalder dan KEET SWENK, had de stoutheid om boven te gaan; naauwelyks was zy daar verscheenen, of
wierd in civiele arrest gehouden, KEET SWENK minder brutaalder dan zy, weigerde om boven te gaan, wierd heel spoedig door twee Dienaaren van het Geregt boven gebragt en benevens KAAT MOSSEL, doch onderscheiden, in arrest vast gehouden. Zy kunnen alles krygen wat hun gelust, wyl men hier door poogt
te ontdekken, wie of de dryfveeren tog mogen zyn van dit werk, dat Stad en Land tot ondergaan dreigt. Men zegt, dat op het arresteeren van deezen, ‘er zig twee Grooten van hier zouden weg begeven hebben, maar met zekerheid kon ik hier nog niet van melden; een zekere Schoenmaker welke in de beweging de Patroonen uitgedeeld had, word nagespoort doch houd zig zeer absent, — De Gecommitteerden zyn heden op ’s Lands Huis en op alles word naauw agt geslagen. —

Uw D.Willige Dienaar, N.N.
ROTTERDAM, 1 september 1784.